home > Wetgeving > WTZi > gegevensverstrekking

Wettekst WTZi: Gegevensverstrekking

Artikel 16 van de WTZi regelt de gegevensverstrekking van instellingen aan de overheid. In hoofdstuk VII van het uitvoeringsbesluit wordt dit verder uitgewerkt. In een aparte regeling is vervolgens aangegeven welke gegevens verstrekt moeten worden:

Uitgangspunt blijft het Burgerlijk Wetboek (Titel 9 Boek 2). Hierin wordt gegeregeld dat rechtspersonen een jaarverslag dienen op te stellen. De jaarrekening is hiervan het financiële hart. Voor zorginstellingen geeft VWS hierop de nodige aanvullingen.

In de regeling verslaggeving heeft stelt VWS zowel eisen aan de inhoud als vormgeving van het jaarverslag. Ze spreekt hierbij over het jaardocument dat bestaat uit de jaarverslaglegging (ex burgerlijk wetboek) en specifieke informatie.

 

Instellingen worden verplicht hun jaardocument op te stellen met gebruikmaking van het model-jaardocument. Deze zijn sectorspecifiek en te downloaden via de website www.jaarverslagenzorg.nl. Het jaarverslag dient zowel schriftelijk als elektronisch te worden aangeleverd; het jaardocument moet elektronisch aangeleverd worden. Hiervoor zijn en worden speciale webapplicaties ontwikkeld.

De modellen voor de GGZ kunt u hier ook rechtstreeks opvragen:

Hieronder geven we de tekst weer van de voorschriften die gelden voor de opstelling van het jaardocument. Het jaardocument wordt wettelijk verplicht gesteld vanaf het verslagjaar 2006. Voor het verslagjaar 2005 krijgen instellingen die volgens de nieuwe systematiek gaan werken, vrijstelling van diverse enquêtes.

Het jaardocument:


 1. Uitgangspunten van de verslaggeving

Er dient uitleg te worden gegeven over de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarverslaggeving. Hierbij zal moeten worden ingegaan op het proces om tot het jaarverslag te komen. Er moet inzicht worden gegeven in de keuzes en afspraken die gemaakt zijn bij de weergave van de economische, milieu- en sociale aspecten van de organisatie. Onderdelen hiervan zijn de reikwijdte van het jaarverslag en de verslaggevingperiode. De verslaggevingperiode is het boekjaar.

Bij de reikwijdte dient aangegeven te worden over welke delen van de organisatie verslag gedaan wordt. Het jaarverslag biedt de mogelijkheid om over de verantwoording van de gehele keten van het product of dienst te rapporteren. Dergelijke informatie zal meer toegevoegde waarde voor de belanghebbende opleveren. Bij het geven van informatie over de grenzen van de rechtspersoon of het concern heen, dient duidelijk te zijn welke delen van de informatie betrekking hebben op de rechtspersoon dan wel het concern.

Belangrijk voor het jaarverslag is de vergelijkbaarheid van informatie in de tijd en de vergelijkbaarheid tussen de zorginstellingen onderling. Hiertoe dient duidelijk een toelichting op de gemaakte keuzes in de te rapporteren informatie vermeld te worden en tevens dienen de inherente beperkingen in de betrouwbaarheid van de gegevens te worden benoemd.

2. Profiel van de organisatie

Om het verslag in de juiste context te kunnen plaatsen dient in het jaarverslag algemene informatie van de rechtspersoon en de daaraan verbonden (groeps)maatschappijen te worden verschaft. Er dient een overzicht te worden gegeven van de groepstructuur, de kernactiviteiten (onderscheiden naar publiek en privaat) en de belangrijkste indicatoren als omzet, aantal werknemers (fte’s), aantal patiënten of cliënten. Daarnaast dient een overzicht te worden gegeven van belanghebbenden en hun relatie tot de verslaggevende organisatie.

 3. Visie en strategie


 3.1. Missie/strategie/beleid

Het bestaansrecht van een zorginstelling is het voorzien in de specifieke maatschappelijke zorgbehoefte. Er dient informatie te worden opgenomen over de missie, waarmee de zorginstelling inzicht geeft in de specifieke uitgangspunten van haar beleid en de gemaakte beleidskeuzes op basis waarvan belanghebbenden zich een oordeel kunnen vormen over het door de instelling gevoerde beleid en de geleverde prestaties in relatie tot dit beleid.
De lange termijn visie en strategie worden vormgegeven door de invulling van (korte termijn) beleid. Het algemene beleid, kwaliteitsbeleid, personeelsbeleid en financiële beleid van de organisatie dienen te worden weergegeven met de daaraan gekoppelde inspanningen om zowel de wettelijke als de zelf vastgestelde doelstellingen te realiseren. Weergegeven dient ook te worden hoe het proces van beleidsontwikkeling en -uitvoering plaatsvindt. Ook het beleid van de zorginstelling met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen dient aan de orde te komen.

 3.2. Toekomstige ontwikkelingen

Bij de visie en strategie dient ook een duidelijke onderbouwing te worden gegeven van de keuzes ten aanzien van toekomstverwachtingen, kansen, bedreigingen, te treffen maatregelen en het voorziene tijdspad. De doelstellingen dienen zo veel mogelijk conform de beleidscyclus te worden gekwantificeerd en gefaseerd. Mogelijk worden lange termijn trajecten overwogen. De zorginstelling dient ook aan te geven op welke wijze de organisatie denkt in te spelen op ontwikkelingen binnen de zorgsector.

 4. Governance

 

4.1. Bestuursstructuur

Governance bevat gedragsregels voor goed bestuur, goed toezicht en adequate verantwoording. Governance dient transparant te worden gemaakt door informatie te verstrekken over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden in de organisatie en de wijze waarop deze zijn verankerd in managementsystemen. Daarnaast is ook het proces van vaststellen van de bedrijfsstrategie, inclusief risico’s en kansen voor de organisatie van belang en de wijze waarop hier toezicht op wordt gehouden.
Voor zorginstellingen geldt dat zij een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Deze brede maatschappelijke functie leidt er niet alleen toe dat een zorginstelling met diverse groepen belanghebbenden te maken heeft, maar ook dat zij gevraagd wordt vanuit die maatschappelijke functie verantwoording af te leggen. De specifieke aandacht die uitgaat naar governance in de zorgsector is hier een voortvloeisel van. De zorginstelling dient aan te geven welke van toepassing zijnde openbaar gemaakte normen zij hanteert voor goed bestuur en het afleggen van openbare verantwoording over haar beleid en activiteiten (zoals de zorgbrede governancecode, de relevante elementen in de code Tabaksblat of andere gedragscodes). Via het principe van comply or explain wordt aangegeven van welke normen wordt afgeweken en waarom.
 

4.2. Bedrijfsvoering

De zorginstelling moet informatie verstrekken over de wijze waarop de instelling haar interne bedrijfsvoering en beheersing heeft ingericht, zodat activiteiten, waaronder die met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, worden beheerst, bewaakt, verbeterd en gerapporteerd. De op te nemen informatie dient volgens de structuur van de organisatie te worden gepresenteerd.

In het jaarverslag geeft de Raad van Bestuur een uiteenzetting omtrent de werking van het in de zorginstelling gebruikte interne risicobeheersing- en controlesysteem in het verslagjaar. De Raad van Bestuur geeft daarbij tevens aan welke eventuele significante wijzigingen zijn aangebracht dan wel zijn gepland en dat deze met de Raad van Toezicht zijn gecommuniceerd. Een effectief middel om informatie over de interne organisatie te verstrekken kan de zogenaamde bedrijfsvoeringverklaring zijn. Daarmee verklaart het bestuur van de zorginstelling dat de bedrijfsvoering op te benoemen onderdelen aan bepaalde, met specifieke belanghebbenden afgesproken, eisen heeft voldaan.
 

5. Prestaties

Ten aanzien van de prestaties gaat het om de getroffen maatregelen en behaalde prestaties met betrekking tot medische, economische, milieu- en sociale prestaties. De informatie is zowel kwantitatief als kwalitatief.
De zorginstelling is verplicht informatie in het jaarverslag op te nemen in de vorm van prestatievelden. Dit bij voorkeur in de vorm van indicatoren. Zolang deze nog niet concreet zijn ontwikkeld, kan volstaan worden met een kwalitatieve beschrijving. In beide gevallen gaat het per prestatieveld om een uitleg van de gestelde doelstelling, de realisatie van deze doelstelling en een vergelijking met vorig jaar.
De uitkomst van de prestatievelden dient tekstueel te worden toegelicht, waarbij de reden van afwijkingen wordt vermeld, alsmede eventuele acties aangaande het komend jaar.


De opbouw van de informatie over prestaties:
Informatie over prestaties kan worden geformuleerd op verschillende niveaus. In het jaarverslag dient onderscheid te worden gemaakt tussen 3 hoofdgroepen belanghebbenden: patiënten/cliënten, medewerkers en samenleving. Per stakeholdergroep wordt een aantal ‘prestatievelden’ onderscheiden. Ieder prestatieveld wordt weergegeven met behulp van zogenaamde resultaatgebieden. De door de subsectoren binnen de zorg te ontwikkelen prestatie-indicatoren worden opgenomen bij deze resultaatgebieden.

 5.1. Patiënten/cliënten

Voor de stakeholdergroep patiënten/cliënten is van belang dat inzicht wordt gegeven in de kwaliteit van zorg, de toegankelijkheid van de zorg en in de omvang van de geleverde zorg. Naast concrete informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg dient tevens inzicht te worden gegeven in de processen en maatregelen die dienen ter borging van de kwaliteit en continuïteit van de zorg.

Prestatieveld: Kwaliteit van de zorg
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

Prestatieveld: Toegankelijkheid
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

Prestatieveld: Geleverde productie
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

5.2. Medewerkers

Hiermee geeft de instelling inzicht in de belangrijkste prestaties en de ontwikkeling van het personeel en het personeelsbestand.

Prestatieveld: Beschikbaarheid van personeel
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

Prestatieveld: Kwaliteit van het personeel
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:
Opleidings- en trainingsplan, uitgaven opleidingen

Prestatieveld: Kwaliteit van het werk
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

 5.3. Samenleving

Binnen de stakeholdergroep ‘samenleving’ dienen de prestaties van de zorginstelling vanuit een aantal perspectieven belicht te worden. Feitelijk bestaat de ‘stakeholder groep’ samenleving uit verschillende groepen, waaronder de patiënten/cliënten, de overheid, de toezichthouder, de zorgverzekeraars, kapitaalverschaffers en het maatschappelijk verkeer. De uitvoering van de publieke taken en het financiële beleid zijn belangrijke aandachtspunten binnen deze paragraaf.

Prestatieveld: Mensen
Bij dit prestatieveld kan gedacht worden aan informatie over de resultaatgebieden:

Prestatieveld: Milieu
De instelling geeft in het kader van dit prestatieveld inzicht in de getroffen milieumaatregelen en haar beleid in deze. Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden naar effecten die zijn gerelateerd aan de aanwending van middelen, de omzetting van deze middelen en het geproduceerde afval.

Prestatieveld: Meerwaarde maatschappij
De instelling geeft informatie over de economische aspecten, waarbij de nadruk ligt op de meerwaarde die de zorginstelling met haar diensten en/of producten heeft gecreëerd voor de samenleving.

6. Toekomstparagraaf/financieel- economische resultaten

Naast de toelichting op de jaarrekening dient een beschouwing van de belangrijkste algemene ontwikkelingen in de verslagperiode en achtergronden en oorzaken van de belangrijkste ontwikkelingen in de financiële gegevens te worden opgenomen, mede in het kader van de doelstellingen van de organisatie. Deze analyse dient aan de informatiebehoefte van de financiële belanghebbenden te voldoen. Er dient ten minste aan de volgende aspecten aandacht te worden besteed (RJ 400):

 7. Verslag Raad van Commissarissen/Toezicht

Aan het jaarverslag van het bestuur dient een verslag van het toezichthoudende orgaan te worden toegevoegd. Hierin doet het toezichthoudende orgaan verslag van de uitoefening van haar toezichthoudende rol en van haar functioneren.

Er dient informatie te worden opgenomen over het toezichthoudende orgaan, zoals de samenstelling ervan, nevenfuncties van de leden, profiel, aantal vergaderingen dat gehouden is, het aantal malen dat het bestuur aanwezig was bij deze vergaderingen, de ingestelde commissies (zoals een audit-commissie en een commissie voor de beloning van de bestuurders) inclusief de samenstelling ervan, de taken en de wijze waarop het toezichthoudende orgaan toezicht houdt op de strategie en prestaties van de organisatie.

Uit het verslag dient te blijken op welke wijze de toezichthoudende rol is ingevuld en welke werkzaamheden het toezichthoudende orgaan en de commissies hebben uitgevoerd in hoofdlijnen. Tevens dient informatie te worden gegeven over de wijze waarop het toezichthoudende orgaan overleg voert met de externe accountant.

 

 

email

contact

wie ben ik